Projecten

Oesterdam

Sinds de aanleg van de Oosterscheldekering in 1986 leidt de Oosterschelde aan zandhonger. De afsluiting van de zeearm leidt tot afname aan de oppervlakte aan slikken en schorren. Doordat het getij is verminderd is het evenwicht tussen erosie en sedimentatie verstoord. Op termijn zouden de meeste slikken en platen verdwijnen. Dit heeft grote negatieve gevolgen voor de natuurkwaliteiten van het gebied, onder andere voedsel voor vogels op de internationale trekroute.

De veiligheidsbuffer Oesterdam is een proef om de zandhonger van de Oosterschelde te beteugelen en de levensduur van de recente versterking van de Oesterdam met 25-30 jaar te verlengen. In dit project moeten veiligheid, natuur en innovatie elkaar versterken.

Eind 2013 is ruim 400.000 m3 zand aangebracht. Deze suppletie is daarna versterkt met kunstmatige oesterriffen. De resultaten zijn hoopgevend: in 2017 is op de Oesterdam het zeldzame klein zeegras aangetroffen. De vondst geeft aan dat deze betrekkelijk nieuwe zandplaat nu al geschikt is voor deze kwetsbare en zeer belangrijke onderwaterplant in de Oosterschelde. Klein zeegras levert leefgebied voor vele soorten dieren, wortelt als enige plant in het zand en levert een bijdrage aan de waterkwaliteit. Grote velden fungeren daarnaast als kraamkamer en schuilplaats voor vis- en schelpdiersoorten. Het is een echte 'biobouwer' die voor veel planten en dieren een belangrijk leefmilieu vormen. De effecten voor de ecologie en die van recreatie worden nog steeds onderzocht.

Dit project is gerealiseerd door: Rijkswaterstaat, Natuurmonumenten, Provincie Zeeland. De proef is een initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
 

 

Overige info: