adminloginhome iconKlik om in te loggen op het intranetLinkedInengelsevlag

 

Downloads

 

DLpresentatieBenDeWinderWEB

download de presentatie van
Ben de Winder

(pdf, 1.3 MB)

 

DLpresentatieBjornVanDenBoomWEB

download de presentatie van
Bjorn van den Boom

(pdf, 2.8 MB)

 

DLpresentatieEricVanZantenWEB

download de presentatie van
Eric van Zanten

(pdf, 3.0 MB)

 

Download dit verslag
(pdf, 200kb)

Verslag veldwerkplaats klimaatbuffer Oesterdam

Woensdag 24 oktober 2012

Nederland in het algemeen en Zeeland in het bijzonder kent een lange geschiedenis van het omgaan met wateroverlast. Het meest recente voorbeeld is de watersnoodramp van 1953, die de urgentie van een drastische verbetering van de waterveiligheid pijnlijk duidelijk maakte. De Deltawerken zijn daarvan het concrete resultaat. Als gevolg van de klimaatverandering moeten veiligheidsnormen echter worden bijgesteld. Onder de vlag van de Coalitie Natuurlijke Klimaatbuffers is in Zeeland het project Veiligheidsbuffer Oesterdam in het leven geroepen. Daar wordt gewerkt aan intergetijdeveiligheid.

IMG 3636a

Zandhonger

De Deltawerken beschermen ons tegen hoogwater. Opmerkelijk genoeg ondermijnen ze de veiligheid door invloed uit te oefenen op de intergetijdewerking. Met de aanleg van de Del-tawerken is het bekken van de Oosterschelde kleiner geworden, waardoor de balans van aan- en afvoer van sediment wordt verstoord. Het in- en uitgaande getijvolume is met dertig procent afgenomen, waardoor het water zijn sedimentopbouwende kracht is kwijtgeraakt terwijl de erosie gewoon doorgaat. Door deze 'zandhonger', die nog eens wordt versterkt door de zeespiegelstijging, zal in 2045 de helft van de zandplaten in de Oosterschelde zijn verdwenen. In 2075 is dit naar verwachting meer dan negentig procent.

De zandhonger heeft gevolgen voor zowel waterveiligheid als natuur:

  • Schorren en platen remmen de golfaanval op de dijken. Grofweg gezegd zorgt de erosie van één meter sediment voor een halve meter meer golfaanval. De zandhon-ger vermindert daardoor de robuustheid van dijken en maakt dat ze eigenlijk niet meer aan veiligheidsnormen voldoen.
  • Door de zandhonger verdwijnt een belangrijk foerageergebied voor vogels (steltlo-pers). De platen in de Oosterschelde staan langer onder water, waardoor de foera-geertijd korter wordt. Verwacht wordt dat het aantal scholeksters daardoor tot 2050 met tachtig procent zal afnemen.

Naar verwachting voldoen de Deltawerken met extra aanpassingen nog tot een zeespiegel-stijging van 75 centimeter. Hoewel niet duidelijk is hoe snel de zeespiegel precies zal stijgen, zullen de nadelige effecten van de zandhonger zich in ieder geval ver voor het einde van de levensduur van de deltawerken voor gaan doen. Het project Veiligheidsbuffer Oesterdam is een leerproject waarin men ervaring wil opdoen met oplossingen.

Op zoek naar de beste aanpak

Een eerste verkenning (MIRT-Verkenning Zandhonger) is uitgevoerd naar de beste aanpak en de bijbehorende kosten. Het project Veiligheidsbuffer Oesterdam pakt beide doelen aan: veiligheid en natuur. Daarnaast wordt gekeken op welke manier de gevolgen voor andere gebruikers zoveel mogelijk beperkt kunnen worden.

Maatregelen

Het resultaat van de verkenning is een aantal mogelijke inrichtingsvarianten, waarin oude zandplaten door middel van suppletie worden hersteld en semi-natuurlijke oesterriffen de toekomstige erosie van het zand moeten remmen. Het zand is afkomstig uit de geulen van de Oosterschelde zelf. De effecten van zandwinning op de ecologie zijn niet zo groot als bij de zandwinning bij de zandmotor: de geulen zijn snelstromend (dus de ecologie is minder belangrijk) en de hoeveelheden zand die gewonnen worden zijn veel kleiner. Deze aanpak heeft een voordeel voor veiligheid én natuur, maakt maatwerk mogelijk, en kan worden op-geschaald waardoor het mogelijk is mee te groeien met de zeespiegelstijging.

Proeven

Inmiddels zijn verschillende suppletieproeven in de Oosterschelde uitgevoerd.

  • Bij de Proef Schelphoek is dijkvoetsuppletie uitgevoerd met en zonder extra (stenen) verdediging, om te onderzoeken of de extra versteviging de levensduur van de sup-pletie verlengt, en dus de investering waard is.
  • Ook is er suppletie uitgevoerd bij Galgeplaat. Daar is gekeken in hoeverre het zand op de plek blijft, het bodemleven zich herstelt, er een effect is op de productie van schelpdierpercelen en op de foerageerduur van vogels. Na drie jaar tijd blijkt zeven procent van het gesuppleerde sediment van de suppletie gespoeld en lokaal afgezet, en zowel de bodemfauna-biomassa als de vogelstand niet volledig maar wel groten-deels hersteld.

Over de MIRT-Verkenning Zandhonger in het algemeen

Hoewel nog onduidelijk is waar de beste plekken voor suppletie zich bevinden, is op basis van de huidige kennis een aantal varianten uitgewerkt. Veiligheid is daarin de basis, daarna komt natuur. Voor de natuur is Natura 2000 leidend, met de foerageermogelijkheden van vogels als grootste belang. Momenteel zijn de meeste populaties stabiel of groeiend in aan-tal (met uitzondering van scholeksters). Er wordt pas ingegrepen als het nodig is. Door de aanleg van de stormvloedkering is tijd gewonnen, nu ontstaat op een aantal plekken urgen-tie.

Het ecologisch systeem is complex. De Oosterschelde kent vier compartimenten waarin vo-gels zich over het algemeen honkvast ophouden. Met het droogvallen van platen beginnen vogels op de plek waar het meeste voedsel aanwezig is, en volgen dan de laagwaterlijn. Een plaat heeft tot een half uur na droogvallen het beste voedselaanbod. De foerageertijd van vogels is kritisch voor hun voortbestaan. Dit alles betekent dat naar het hele compartiment gekeken moet worden.

Een vooroever van circa honderd meter breed zandig slik voor de dijk is theoretisch afdoen-de voor de veiligheid, maar daar heeft de ecologie niet veel aan. Daarom worden reservoirs (kleine zandmotoren) aangelegd die meteen als golfdemping werken, waarmee het bodem-leven in de rest van het veel bredere slik in stand blijft en het gebied gevoed wordt met zand.

De volgende varianten zijn uitgewerkt:

  • De 100% behoudsvariant - uitdagende klus en kostbaar.
  • De 2/3 behoudsvariant, gericht zich op behoud van de gebieden die vogels prefereren - goedkoper, terwijl naar schatting tot 70% van de steltlopers behouden blijft.
  • De 1/3 behoudsvariant, waarin alleen de hoogste zones (bepalend voor de foerageer-tijd) in stand gehouden worden - hiermee wordt vooral tijd gekocht; de zandhonger gaat door, zodat in 2060 alsnog moet worden ingegrepen.

De kosten voor het zand zijn kostenbepalend. Honderd procent zou behouden kunnen blijven. Hoewel lagere ambities alsnog voor een fors behoud van natuur kunnen zorgen, wordt daarmee wel ingeteerd op platen en gaat het ook ten koste van andere gebruiksfuncties.

Projectproces

De Veiligheidsbuffer Oesterdam is opgezet op initiatief van Rijkswaterstaat (RWS), Natuur-monumenten (NM) en de provincie. Het is voor RWS ongebruikelijk om met een maatschap-pelijke organisatie samen te werken in gedeelde verantwoordelijkheid. Het hele proces be-staat uit drie samenhangende componenten: omgeving, techniek en kennis/innovatie.

Omgeving

Omgevingsmanagement is belangrijk. De omgeving heeft namelijk belang bij én invloed op het project. Denk aan pierenspitters, weervissers, de schelpdiersector (natte pakhuizen), recreatie en natuur (kernfoerageergebied van de zilverplevier, verwilderde Japanse oester-banken). In het project zijn de wensen van de omgeving via klankbordbijeenkomsten, één op één gesprekken en ontwerpsessies gehoord. Alle stakeholders zijn daardoor aangehaakt, er is compensatie toegezegd waar nodig en er zijn voorwaarden gesteld voor win-locaties en het suppletie-ontwerp. Het uiteindelijke resultaat is dat het project verder kan en er nauwe-lijks vertraging is opgelopen.

Techniek

Ook wat de techniek betreft is een ander spoor gevolgd dan gebruikelijk. Er zijn, onder eigen regie, ontwerpsessies gehouden met verschillende vertegenwoordigers/deskundigen. Het resultaat is een voorkeursontwerp uit vijf schetsen. 11 juni 2012 is de vergunningaanvraag gedaan. Doel is om het definitieve ontwerp op 1 januari 2013 gereed te hebben die meteen vergund is. De werkzaamheden worden mogelijk over de zomer heen getild (goedkoper).

Kennis en innovatie

Het opschrijven en uitdragen van opgedane kennis is niet vanzelfsprekend bij realisatiepro-jecten. Monitoring gebeurt wel maar is helaas ook niet vanzelfsprekend. Terwijl de om-geving er wel op zit te wachten. Doel van het kennis- en innovatiecomponent is om vast te leggen wat er geleerd is. Drie clusters worden daarvoor in werksessies behandeld en gedocumenteerd ten bate van verschillende partijen, waaronder stuurgroep, beheerders, de overheid en professionals:

  • Veiligheid en zandhonger: hoe kun je de effecten van de zandhonger remmen en hoe kun je waterveiligheid vergroten?
  • Natuur en landschap: welke kennis is opgedaan over herstel en instandhouding?
  • Gebruik en participatie: welke leerervaring is opgedaan met samenwerking, (econo-mische) ontwikkelruimte en het verwerven van draagvlak?

Hoewel monitoring in het project door verschillende partijen gedaan wordt, vindt evaluatie wel integraal plaats. Het blijkt echter niet altijd gemakkelijk om kennis te communiceren. Hoe maak je deze voor de doelgroep toegankelijk? Niet iedereen gelooft in letters op papier. Internet is een kansrijk medium omdat er gelaagdheid in de informatie gebracht kan worden (doorverwijzen). Daarbij is de vraag of elke partij altijd bereid is kennis te delen. Soms is er een commercieel belang, waardoor informatie niet altijd breed toegankelijk wordt gemaakt om een monopolie te behouden.

Conclusie

Samen met de omgeving en specialisten vindt bij de Oesterdam een vorm van eco-engineering plaats die zorgt voor veiligheid, optimale natuurwinst en kansen voor de gebrui-ker. Het omgevingsproces is cruciaal om de vaart erin te houden, waarbij verwachtingsma-nagement belangrijk is. Er wordt veel kennis opgedaan, die ook ontsloten wordt.

Discussie: publiek én privaat

De overheid trekt zich terug, maar anderzijds zou decentralisatie ook het begin van publiek-private samenwerking (pps) kunnen betekenen (provincies staan minder ver van mensen af maar kunnen ook ruimte laten aan initiatieven). Welke taak behoudt de overheid dan nog? De overheid moet minder sectoraal denken, een meerjarige visie hebben en kaders stellen, maar het vervolgens aan een terreinbeheerder of aannemer overlaten. De vraag blijft daarbij wie probleemeigenaar is (en wie dus betaalt). Voor pps is het belangrijk dat de overheid zich verantwoordelijk voelt. Voor Rijkswateren als de Oosterschelde geldt nu dat de provincie, het ministerie van I&M en het ministerie van EL&I vooral naar elkaar kijken, waardoor investeringen uitblijven.

Als de natuur overigens de verantwoordelijkheid is van de overheid, dan valt de keuze waar-schijnlijk op het meest kosteneffectieve ambitieniveau. De vraag is ook of de burger wel zit te wachten op een forse investering in natuur. Hij ziet vaak niet dat het geld kost om natuur in stand te houden, zeker niet als het de lange termijn betreft. Dat moet goed worden uitge-legd. Hetzelfde geldt voor juridische middelen als de natuurbeschermingswet: daardoor wordt natuur vaak als boeman gezien en heeft zij geen draagvlak. Terwijl je partijen de ruimte kunt geven in ruil voor een investering in de natuur. De overheid moet randvoorwaarden stellen, de natuurbeschermingswet is de stok achter de deur.

En dat geldt ook voor de zandhonger in de Oosterschelde. Er is een probleem en je moet elkaar verder helpen. Samenwerking tussen en het rekening houden met verschillende sec-toren gebeurt wel, maar wellicht nog niet altijd voldoende. Ga dus op zoek naar stakeholders die een belang hebben bij een gezond functionerende Oosterschelde, zoals een havenbedrijf, die bijvoorbeeld ontwikkelruimte krijgen als ze mee-investeren. Kijk niet alleen naar de overheid, maar vooral naar wat je zelf kunt doen. Samen beginnen is de basis, plus het vinden van draagvlak bij burgers. Geld is er niet per definitie minder, vaak zit het bij een andere sector; ga daarnaar op zoek. En mogelijk is er meer te doen met minder geld. Uiteindelijk is men het erover eens dat het met een goed idee altijd wel lukt. De uitdaging, ook voor Oesterdam, is om daarna de aandacht vast te houden.

Meer informatie:

Over Oesterdam: http://www.klimaatbuffers.nl/home-oesterdam
Björn van den Boom, Natuurmonumenten, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Ben de Winder, projectleider Veiligheidsbuffer Oesterdam, Rijkswaterstaat, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Eric van Zanten, Rijkswaterstaat, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Leo Adriaanse, Rijkswaterstaat, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Verslag door Lotty Nijhuis, Communicatiebureau de Lynx, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

© Klimaatbuffers 2014
gemaakt door Communicatiebureau de Lynx, Wageningen