adminloginhome iconKlik om in te loggen op het intranetLinkedInengelsevlag

 

Downloads

 

Presentatie-Marjan-Veenendaal-VWP-Ameland-20121112

download de presentatie van
Marjan Veenendaal

(pdf, 3.5 MB)

 

Presentatie-Tjisse-van-der-Heide-VWP-Ameland-20121112

download de presentatie van
Tjisse van der Heide
(pdf, 4.0 MB)

 

Presentatie-Yme-Brijker-VWP-Ameland-20121112WEB

download de presentatie van
Yme Brijker
(pdf, 2.4 MB)

 

Download dit verslag
(pdf, 350 KB)

 

Verslag veldwerkplaats klimaatbuffer Ameland

Dinsdag 13 november 2012

Een van de twee zoute klimaatbuffers is de Feugelpôlle, een steeds kleiner wordende kwelder langs de dijk aan de zuidwestkant van Ameland. De vaargeul kwam steeds dichterbij en het gevaar bestond dat die op den duur de zeedijk zou ondermijnen. Hier is als experiment het afgelopen jaar een combinatie aangelegd van rijshoutendammen en een kleidam, deels bedekt met een laag kleischelpen. De betrokken partijen - Staatsbosbeheer, Wetterskip Fryslân, gemeente Ameland, Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Milieu – willen onderzoeken wat er nu gebeurt met de kwelder.

P1010924WEB

"We willen wat met die kwelder"

Al 13 jaar geleden vond een groep bewoners en vogelwachters dat er iets met de Feugelpôlle moest gebeuren, zo vertelt Sies Krap, projectleider vanuit de Dienst Landelijk Gebied. Anders zou het gebied door zeespiegelstijging en uitschuring van de vaargeul in de golven verdwijnen. Probleem was wel dat in de Planologische kernbeslissing (PKB) Waddenzee stond dat alle buitendijkse gebieden met rust gelaten moesten worden en de natuur haar gang moest kunnen gaan. Bovendien was sowieso de vraag wat er gebeurt als je ingrijpt in zo’n dynamisch gebied. Toch is het gelukt om deze klimaatbuffer te realiseren, als onderzoekslocatie. Mede ingegeven door de veiligheid van de zeedijk hebben overheden toestemming gegeven.

Niet Feugelpôlle behouden, maar er van leren

Marjan Veenendaal, die als boswachter-beheerder bij Staatsbosbeheer o.a. de Feugelpôlle beheert, vertelt hoe het proces en de werkzaamheden tot nu toe zijn verlopen. Wat ooit een wadplaat was van meer dan 20 hectare, waar vee liep, was al afgebrokkeld tot 5 hectare, onder andere door verschuiving van het wantij. Al in 2003 werd parallel aan de kust een stortstenen dam neergelegd met dwars daarop naar de kust een rijshoutendam, vooral om de dijk te beschermen tegen de naderende vaargeul. In 2012 kwam daar in het kader van de Klimaatbuffer een rijshoutendam bij en een kleidam (van klei uit binnendijkse sloten) met erbovenop een laag kleischelpen (verderop uit de Waddenzee). Vervolgens is het in 2013 nog de bedoeling in het verlengde van de stortstenen dam een basis te leggen waarop schelpdieren zich kunnen vestigen.

FeugelpolleWEB

Het doel is nadrukkelijk niet om de Feugelpôlle op zijn huidige plek te behouden. Iedereen verwacht dat deze zal migreren naar het oosten, maar de soorten migreren wel mee. De doelen zijn wel:

  • Inzicht in de rol van wadplaten voor de kustveiligheid op langere termijn
  • Inzicht in een natte klimaatbuffer met droogvallende platen
  • Inzicht of kwelders en wadplaten mee kunnen groeien met de stijgende zeespiegel
  • Inzicht in hoe natuurlijke processen het werk kunnen doen, gunstig voor veiligheid, natuur en recreatie.

Veenendaal benadrukt in alle communicatie dat het een experiment is, en dat het dus kan mislukken.

Fase 1:

De kleidam werd eerst met trekkers aangelegd, maar die liepen al snel vast in het slibbige zand. Uiteindelijk is de klei verspreid met 6 kranen. De laag kleischelpen is met een rupsvoertuigje neergelegd en met een kraan geëgaliseerd.

Fase 2:

De 2,5 meter palen van de rijshoutendam zijn de bodem ingetrild. Voor de vulling tussen de twee rijen palen blijken sparrentakken het meest geschikt. Deze blijven langer goed. De naalden spoelen er wel uit, dus moet na 3 maanden de spandraad aangespannen worden.

image4WEBFase 3:

Laatste fase in de werkzaamheden wordt de aanleg van de schelpdierenbank, gepland voor 2013. Veenendaal vertelt dat ze er nog niet uit zijn welk materiaal het meest geschikt is. Er is op kleine schaal geëxperimenteerd met een soort GeoHooks (beetje als plantenbakhaken) die bij grote hoeveelheden vastgezet kunnen worden in de bodem, maar dit zit er zeer kunstmatig uit en er komen op korte termijn nauwelijks schelpdieren op. Wel is het materiaal wat volledig biologisch afbreekbaar is. Op de stortstenen zitten wel veel schelpdieren maar dat is duur, geen van nature aanwezig materiaal en bij ijsgang is er kans dat het zich verspreidt.

Resultaten

De kleidam brokkelde al vrij snel af, maar er valt wel sediment, waaronder schelpen waar de klei uitgespoeld is. Dat is een goed teken. De afbrokkeling gebeurde vooral in de tijd dat de kleidam er al lag, voordat de rijshoutendam werd aangelegd. Daarna was de afbrokkeling veel minder. Conclusie: een volgende keer is het handiger eerst de rijshoutendam aan te leggen. De rijshou-tendam kwam door de sterke stroming deels bloot te liggen. Een van de gaten is toen vergroot en de rand ervan verstevigd met gevulde bigbags, en dat helpt.

Communicatie en monitoring houden natuurlijk na 2013 niet op. De resultaten van de experimenten worden zeker breed verspreid. Monitoring van aangroei of afslag van de kwelder heeft Rijkswaterstaat ingepland tot 2022. Dit in combinatie met de monitoring die het Wetterskip doet voor de dijk bewaking en de Vogelwacht houdt de telling bij van de vogels.

Vogelwacht Ameland

Yme Brijker is Amelander en voorzitter van de Vogelwacht Hollum-Ballum, die met 210 leden, waar-van 60 actief, vogels inventariseert en beschermt. Hij is heel blij dat de natuurlijke klimaatbuffer van de grond is gekomen.

  • Het proces begon ooit met het weren van gemotoriseerd verkeer en afsluiting voor publiek in het broedseizoen.
  • In 2003 kwam de 1e rijshoutendam.
  • Een verrassing was in 2005 de vestiging van 150 broedparen van de grote stern. In 2006 wa-ren dat er al 2000!
  • In 2008 bleek in een quick scan dat de Feugelpôlle verdwijnt.
  • Na een schetsschuit in 2009 voor de natuurlijke klimaatbuffer, bleef het lang stil.
  • In 2011 was er ineens een plan. Er was al een behoorlijk budget, maar pas toen de plicht tot cofinanciering werd losgelaten, werd het ineens mogelijk. De vergunningen waren snel geregeld.
  • Zo kon het plan in 2012 tussen het broed- en het stormseizoen worden uitgevoerd.

De grote stern

image5WEB

De grote stern heeft het gebied belangrijk gemaakt. De laatste jaren schommelt het aantal broedparen rond de drie- tot vierduizend exemplaren. Deze soort is meestal heel schuw, maar op Ameland te bewonderen op een paar meter afstand vanaf het fietspad (met een sloot ertussen): je kunt het horen, zien en ruiken. De kolonie bestaat vooral uit grote sterns en kokmeeuwen, met daarnaast nog elf soorten waaronder de rode lijstsoorten visdief, bontbekplevier en tureluur. De vogels vissen op de Noordzee en vliegen dan over het eiland heen naar de Feugelpôlle.

In 2011 was er op 19 juni een hevige storm bij hoogtij, waardoor vrijwel de hele Feugelpôlle overstroomde, wat normaal alleen in de winter voorkomt. De grote sternkuikens zitten net iets hoger, en hebben het overleefd, maar vrijwel alle kokmeeuwkuikens zijn verdronken. De laatste jaren is er steeds vaker hoogwater in juni. Dat kan door klimaatverandering komen, maar kan statistisch gezien ook toeval zijn.

Schelpdieren als biobouwers

Biobouwers zijn dieren of planten die hun omgeving veranderen, zoals bevers, koralen of zeegras. Ook schelpdieren zijn biobouwers, zo vertelt Tjisse van der Heide, onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen. Waar eerst kaal zand was, kunnen kokkels, die onder het zand zitten, zich vestigen, en daarop weer bijvoorbeeld een mosselbank. Ze dempen de stroming, waardoor sediment neerslaat en het modderiger wordt. Daarvan profiteren weer andere soorten, zoals macroalgen, alikruiken, harders, krabbetjes, garnalen en vogels.

In 1974 was er nog 4000 ha aan mosselbanken in de Waddenzee, na 1990 was alles weg, doordat er jarenlange slechte broedval was geweest en door visserij. Pas na 11 jaar trad er weer herstel op in de oostelijke Waddenzee, maar in het westen gaat het nog steeds niet goed.
In 1930 was er nog 150 km2 zeegras, na sluiting van de Afsluitdijk was dat weg, en nooit meer terug-gekomen.
In 1960 verdween de platte oester door een virus, toen is de Japanse oester geïntroduceerd. Vanwege langzaam of geen herstel is project ‘Waddensleutels’ opgezet. RUG, NIOZ, Natuurmonu-menten en Staatsbosbeheer onderzoeken hoe biobouwers hersteld kunnen worden. Van der Heides onderzoek valt binnen dit project.

Proefopstelling met en zonder kokosmat

Van der Heide wilde kijken hoe substraat en predatie de vestiging van mosselen beïnvloeden en of het mogelijk is om herstel van mosselbanken door actief beheer te verbeteren. Hij deed een proefje met kokosmatten waar hij droogvallende mosselen op legde, en deze hadden zich binnen een tij vastgezet met draden. Dat zag er veelbelovend uit. Maar om droogvallende mosselbanken te herstellen heeft het natuurlijk geen zin om de weinige bestaande droogvallende banken op te vissen. Daarom werden voor een grootschalige vervolgproef mosselen opgevist van het ondergedoken wad. Op 3 eilanden (Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog) werden 4 proefvlakken van 20x20 meteruitgezet op droogvallende platen, ieder 3x herhaald: (1) controle, (2) kokosmat, (3) volwassen mosselen op kale ondergrond (4) volwassen mosselen op kokosmat. Op elk vlak stond een aantal speciale kooien op het effect van krabben- en garnalenpredatie op de overleving van mosselzaad te testen.

Na twee maanden lagen de proefvlakken op Schiermonnikoog er nog goed bij. Op Terschelling was er op de mosselen algenbloei opgetreden, en op Ameland was door een storm alles weggevaagd. Na een half jaar waren overal de mosselen weggespoeld. De kooien op zand hadden geen effect, maar op de kokosmat en op volwassen mosselen hadden ze wel effect. Enkele conclusies:

  • Voor herstel van mosselbanken op droogvallende platen, moet je geen volwassen mosselen opvissen die permanent ondergedoken leefden.
  • Substraat is essentieel voor de vestiging van mosselen
  • Lage predatiedruk is belangrijk voor vestiging van mosselen.

onderafb

De vraag is nu hoe je mosselen over die eerste drempel van vestiging heen kunt helpen. Hij onder-zoekt nu de werking van een soort krat van plastic netwerk (zie foto’s), dat al gebruikt wordt voor bacteriefilms. Dit materiaal kan waarschijnlijk ook van bioafbreekbaar plastic worden gemaakt. In een eerste proef zijn al kleine mosseltjes gevonden in de krat, dus dit ziet er veelbelovend uit.

Meer informatie:

Over Zuidwest-Ameland: http://klimaatbuffers.nl/zuid-west-ameland
Sies Krap, DLG, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Marjan Veenendaal, Staatsbosbeheer, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
www.staatsbosbeheerameland.wordpress.com
Yme Brijker, Vogelwacht Hollum-Ballum, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tjisse van der Heide, RUG, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Verslag door Marjel Neefjes, Communicatiebureau de Lynx, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

© Klimaatbuffers 2014
gemaakt door Communicatiebureau de Lynx, Wageningen